Zita Löbker Het mooiste geschenk. Kerstspel (Het verhaal wordt diverse malen onderbroken door een couplet van een lied, waardoor de spelers rustig de tijd hebben om zich op een nieuwe scène voor te bereiden. Zie ook op de 5e blz.)
Met een harde klap slaat Bastiaan de slaapkamerdeur achter zich dicht. Hij is boos, héél boos. Languit laat hij zich op bed vallen. Zijn gebalde vuisten gaan op en neer alsof hij een heel leger soldaten moet verslaan. “Altijd, altijd ben ik te klein,” jammert hij, “al is mijn vader honderd keer koning, al ziet ie duizend sterren, hij hoeft niet te denken, dat ik nog een baby ben!”
Natuurlijk, Bastiaan heeft gelijk. Het valt niet mee de zoon te zijn van zo’n geleerde man als Koning Kaspar.
Het was namelijk zo: vorige week had koning Kaspar een schitterende ster ontdekt, toen hij op zolder door zijn kijker tuurde. Met twee vrienden van hem, Melchior en Balthasar hadden ze dagenlang in oude boeken gesnuffeld. Ergens moest staan wat die heldere ster betekende.
“Ik heb het,” riep hij, “er is een bijzonder kind geboren, een nieuwe koning!”
Hij had geen tijd meer om te eten, liet de kamelen zadelen, zei nog vlug “dag, dag” en vertrok.
Bastiaan ging er achteraan, maar vanaf de voorste kameel had vader gezegd: “Nee, jij blijft thuis. Je bent nog veel te klein!”
En zó komt het dat Bastiaan boos en jammerend op zijn bed ligt. Plotseling komt hij overeind. “Ik ga tóch. Ik bén geen baby meer. Ik ben al acht jaar en ik kan best wel op mezelf passen.” Snel veegt hij de laatste tranen weg en trekt zijn dikke winterjas aan.
Er gaat een jongetje op zoek naar het kind.
en volgt de nieuwe ster, die bijna verblind.
Vader, de koning, is hem voorgegaan
en zo besluit hij: “Vlug, achter hem aan!”
Voor hij vertrekt bedenkt hij zich. “Hé, wacht even, ik kan natuurlijk niet met lege handen komen.” Hij is nog niet uitgedacht, of hij staat al voor zijn speelgoedkast. Z’n ogen glijden langs de planken, van links naar rechts, van boven naar beneden. Twee dingen stopt hij onder zijn armen, twee stukken speelgoed waar hij veel van houdt: een bal en een prentenboek met mooie plaatjes van bossen.
Dan roept Bastiaan: (”Jazz, Jazz!”). Onmiddellijk komt een klein, wollig hondje kwispelend binnen, zijn liefste speelkameraadje. “Jazz, jij gaat met het baasje mee, de grote ster achterna. Kom op!” Op z’n tenen sluipt Bastiaan naar buiten. De hond trippelt achter hem aan. Gelukkig, de deur piept dit keer niet. Even achterom kijken: de slaapkamers van zijn moeder en zusje zijn nog donker. Buiten in het pikkedonker, straalt de heldere ster. “Jij gaat voorop,” zegt Bastiaan, “en denk erom, niet te hard!”
De ster twinkelt, alsof hij zeggen wil: Oké, volg mij maar!” Het is koud. Bastiaan kruipt diep weg in z’n kraag. Een nacht lang loopt hij door bossen en velden, klimt over hekken en probeert zonder natte voeten de overkant van beekjes te bereiken. Bij het aanbreken van de morgen verbleekt de ster en slaat de vermoeidheid toe. “We gaan slapen, Jazz,” zegt Bastiaan geeuwend en hij zoekt een boom op tegen te rusten.
De tocht duurt urenlang; de nacht is heel guur.
Zo moe is Bastiaan bij het ochtend-uur.
Zoekt naar een plek voor zichzelf en de hond
om er te rusten, desnoods op de grond.
Maar wat is dat? Huilt daar een kind? Bastiaan kijkt om zich heen. In de verte staat een meisje tegen een muur geleund. “Wat is er met jou aan de hand?” vraagt hij als hij dichterbij is gekomen. “Ze vinden me allemaal stom, omdat ik sproeten heb en omdat ik geen spijkerbroek draag. Daarom mag ik niet meespelen.”
“Och, laat ze toch,” zegt Bastiaan, “hier een bal. Daar kun je fijn mee spelen. Da’s leuker dan zulke tutten van vriendinnen waar je toch niks aan hebt.” Het meisje kijkt verwonderd en lacht: “Dank je wel. Nu kan ik lekker spelen.” Terwijl ze aan het ballen is, gaat Bastiaan tegen de muur zitten en valt in slaap. Naast hem ligt Jazz en houdt de wacht.
Als Bastiaan wakker wordt, is het avond. De ster van gisternacht is er weer. “Ik zal je blijven volgen, makker,” zegt Bastiaan, terwijl hij zich uitrekt en opstaat. Jazz volgt.
Urenlang lze over onbekende wegen en smalle paadjes, over heuvels en door dalen. De ster wijst hun stilletjes de weg. Wéér wordt het morgen en wéér verbleekt de ster. Bastiaans ogen worden zwaar. “Een bed, da’s het einde,” denkt Bastiaan hardop. In de verte ziet hij een huisje staan. “Kom, ik ga het gewoon vragen,” besluit hij.
Er staat een oude man voor het huis. Wat zegt ie? Hij bromt: “Altijd heb ik goed kunnen zien, maar nu ben ik zó oud, dat ik de mooie bomen niet meer kan zien, en de schitterende vijvers, en de vogels en de andere dieren. Oh, wat jammer!”
Bastiaan gaat naar hem toe. “Kijk eens meneer,” zegt Bastiaan, “hier heeft u het hele bos op een paar bladzijden bij elkaar.” En hij geeft de man zijn prentenboek. Nieuwsgierig slaat de grijsaard het boeken drukt zijn neus bijna door het papier heen. “Oh, wat een schitterende bomen, wat een bloemen. Kijk eens, daar de nachtegaal! Het is prachtig.” Dansend en zingend gaat de oude man naar binnen om zijn vrouw het goede nieuws te vertellen.
En Bastiaan? Wel, die slaapt al. Onder het afdakje van het oude huis.
Als de kou van de derde nacht hem wakker vriest, roept hij zijn hond: “Kom op, Jazz, we zijn er nog lang niet.” Deze nacht lde jongen en de hond aan één stuk door. Even rusten is er niet bij.
De ster schijnt wederom, gaat recht voor hem uit.
De nacht is wonderschoon en zonder geluid.
Hij denkt aan d’mensen die hij heeft ontmoet.
Hij glimlacht even, terwijl hij voort spoedt.
Maar dan wordt het Bastiaan teveel. Hij kan niet meer….. Gelukkig, dáár brandt licht. De voordeur staat het is alsof het huis hem welkom heet. Bastiaan gaat er binnen. Ergens hoort hij zacht gekreun. Hij zoekt het geluid en ziet dan een jongen van een jaar of zeven met zijn been in het gips op bed liggen. Hij klaagt dat hij alleen is en dat ie niet naar buiten kan om met zijn vriendjes te spelen. Bastiaan vindt het zielig. Hij probeert hem wat op te vrolijken. Maar hoe hij ook zijn best doet, de jongen wil niet eens naar hem kíjken. Hij drukt zijn gezicht in zijn kussen. “Jazz, maak jij hem eens vrolijk!” roept Bastiaan. Jazz wordt op het bed gezet, kwispelt met zijn staart en begint te stoeien. Opeens moet de jongen vreselijk lachen. Wat een grappig beest! Nog nooit heeft hij zo’n speelkameraadje gehad. Hij schatert het uit. Bastiaan is er blij om. Je mag hem wel houden, hoor,” zegt Bastiaan. Maar als hij buiten staat voelt hij een brok in zijn keel. Nu is hij zélf zijn beste makker kwijt.
“Kom op,” spreekt hij zichzelf moed in, “uithuilen en opnieuw beginnen.” Alleen vervolgt hij zijn weg. Het lijkt alsof de ster haast heeft, zo snel moet Bastiaan l Hé, wat is dat?
De ster is plotseling stil blijven staan. Midden in hetveld boven een vervallen stal. Geen stad, geen paleis te zien. Het kind zal dáár toch niet te vinden zijn!?
Is daar het koningskind? In die oude stal?
Daarboven fonkelend, de ster als kristal.
Plots vult de lucht zich met eng’lengezang.
Als in een droom loopt hij naar de ingang.
Even later piept een oude deur en kijken twee ogen door een donker gat naar binnen. In het midden van de stal staat iets wat op een voerbak lijkt. Daarin ligt een pasgeboren kind. “Dat zal de koning zijn!” flitst het door Bastiaans hoofd. Een man en een jonge vrouw buigen zich over het kind en doen hun best het warm te houden. En dáár, kijk daar staat zijn vader Kaspar met naast hem Melchior en Balthasar. Ze hebben alleen maar aandacht voor het kind.
Plotseling krijgt Bastiaan een rood hoofd: hij staat met lége handen op de drempel! Verlegen loopt hij naar de moeder van het kind, steekt zijn beide lege handen uit en stamelt: “Ik ….ik….kwam onderweg….. een arm….”
Maar de vrouw neemt zijn beide handen in die van haar, kijkt hem glimlachend aan en zegt:
“Laat maar jochie, ik begrijp het. Jouw lege handen zijn het mooiste geschenk.”
Het jonge moedertje begrijpt met een wenk
en vindt zijn sympathie het mooiste geschenk.
Zijn ogen stralen, hij komt dichterbij,
Nadert de kribbe, nooit was hij zó blíj….!!!
Het mooiste geschenk
Wijze: Er is een kindeke geboren op aard
Er gaat een jongetje op zoek naar het kind.
en volgt de nieuwe ster, die bijna verblind.
Vader, de koning, is hem voorgegaan
en zo besluit hij: “Vlug, achter hem aan!”
De tocht duurt urenlang; de nacht is heel guur.
Zo moe is Bastiaan bij het ochtend-uur.
Zoekt naar een plek voor zichzelf en de hond
om er te rusten, desnoods op de grond.
De ster schijnt wederom, gaat recht voor hem uit.
De nacht is wonderschoon en zonder geluid.
Hij denkt aan d’mensen die hij heeft ontmoet.
Hij glimlacht even, terwijl hij voort spoedt.
Is daar het koningskind? In die oude stal?
Daarboven fonkelend, de ster als kristal.
Plots vult de lucht zich met eng’lengezang.
Als in een droom loopt hij naar de ingang.
Het jonge moedertje begrijpt met een wenk
en vindt zijn sympathie het mooiste geschenk.
Zijn ogen stralen, hij komt dichterbij,
Nadert de kribbe, nooit was hij zó blíj….!!!
Vredeswens
We zijn vanavond naar de kerk gekomen om kerst te vieren.
De meeste mensen kwamen met lege handen, zoals Bastiaan met lege handen in de stal aankwam. Ook met onze lege handen kunnen we veel voor elkaar betekenen. Onze handen kunnen helpen, troosten, welkom heten, zwaaien, strelen, applaudisseren en nog veel meer.
Laten we elkaar nu een hand geven als teken van vrede, om het fijne kerstgevoel door te geven aan elkaar. Impressum: staat online
Deze titel is gerecenseerd.
Waardering: 3 sterren. Recensie: Dicky Broenink Het is een mooi verhaal, van een al bestaand prentenboek.
Voor de CD met bijpassende liedjes kun je naar TELEAC/NOT mailen.
De video wordt komend jaar bij ons in de kinder kerstdienst vertoond.
Geef ook je mening over deze titel. . Schrijf een recensie en deel je mening met anderen. |