Parochie: De Pastoor doet alles alleen in de parochie. Mag dat? (archief)
- Volgens het geldend canoniek recht is de parochie een gemeenschap van gelovigen, waarvan de pastorale zorg aan een pastoor is toevertrouwd. De pastoor is de voorganger van de parochiële geloofsgemeenschap. Als priester en als pastoor geeft hij herderlijke leiding aan de parochie.
Maar hij doet dit niet (meer) alleen.
Samen met de parochianen viert de pastoor het geloof. De gelovigen hebben krachtens hun doopsel het recht om onder leiding van kerkelijke voorgangers de sacramenten en de daarmee verwante liturgische vieringen gezamenlijk te vieren (cc. 214, 213, 843, 834).
Deze vieringen zijn geloofsvieringen van de gehele parochie.
De parochie-gemeenschap viert te zamen het geloof in de eucharistie, in de andere sacramenten, en in andere liturgische vieringen. De gemeenschappelijke viering van de eucharistie is volgens de huidige Codex het middelpunt van het parochiële samenzijn (cc. 835, 836, 837, 528 p.2). De pastoor is als priester de eigenlijke voorganger van de eucharistie (cc. 900, 534).
Maar de pastoor is niet de enige voorganger. Het is mogelijk, dat andere priesters, diakens, pastoraal werk(st)ers, katechisten en ook vrijwilligers in bepaalde vieringen voorgaan (cc. 834 p.2, 230 p.3, 785, 214 p.2). Men kan hierbij denken aan Woord & Communievieringen (cc. 910, 1248 p.2). Maar ook andere vieringen zijn mogelijk. Bijvoorbeeld een doopviering.
Het voorgaan in de eucharistie en het voorgaan in de bediening van de biecht en van de ziekenzalving zijn echter aan de priester voorbehouden (cc. 900, 965, 1003).
Samen met de parochie leert de priester het geloof. Wat betreft het leren en het verkondigen van het geloof is de pastoor weliswaar de voorganger, maar hij heeft zeker niet als enige de opdracht om het christelijk geloof in de parochie over te dragen (cc. 757, 776, 528 p.2).
Hij doet dit met medewerking van andere priesters, van diakens, van pastoraal werk(st)ers, van katechisten en zeker ook met de hulp van vrijwilligers en van parochianen.
De priesters en de diakens zijn bevoegd om te preken. Zij houden in de liturgie de homilie. De pastoraal werkers kunnen de bevoegdheid ontvangen om te preken (cc. 764, 766, 767). De vrijwilligers en de andere parochianen kunnen krachtens hun doopsel een overweging houden (cc. 211, 230 p. 2, 759).
De parochianen dienen ook betrokken te zijn bij de geloofskatechese binnen de parochie (c. 776). De geloofskatechese is in principe een zaak van alle gelovigen (c. 774). Zo is de parochie-gemeenschap het draagvlak van het huwelijkspastoraat en de huwelijkskatechese (c. 1063). Verder zijn alle parochianen krachtens hun doopsel geroepen om in woord en daad het geloof te verkondigen (cc. 211, 225, 759). Zo rust op de ouders de zware plicht en hebben zij als eersten het recht om voor de christelijke opvoeding van hun kinderen te zorgen (cc. 226, 774, 1136).
Samen met de parochie bestuurt de pastoor de parochie. De pastoor heeft de leiding over de parochie. Hij is degene die uiteindelijk beslissingen neemt en daarvoor naar de parochiegemeenschap toe en naar de bisschop toe verantwoording draagt.
Maar ook hier geldt: de pastoor doet dit niet alleen. Voor het beheer van het parochiële vermogen wordt de pastoor door het kerkbestuur bijgestaan (c. 532, 537). Wat betreft het parochiële pastorale beleid wordt de pastoor door een pastorale raad oftewel de parochievergadering bijgestaan (c. 536). Voor de parochies van de Nederlandse bisdommen hebben de bisschoppen het Algemeen Reglement voor het bestuur van een parochie vastgesteld.
Dit reglement regelt, dat het kerkbestuur, waarvan de pastoor de voorzitter is, het parochiële vermogen bestuurt. Dit reglement regelt ook de mogelijke instelling van een parochievergadering, waarin pastores en pastoraal werk(st)ers te zamen met parochianen inzake het parochiële pastorale beleid overleggen en adviseren.
Dit betekent, dat de pastoor in samenspraak met de andere pastores, de pastoraal werkenden en de parochianen het parochiële beleid vaststelt. Verder hebben sommige parochies een pastoraatsgroep, waarin pastores, pastoraal werk(st)ers en vrijwiligers werken aan de concrete uitvoering en de concrete realisering van het pastoraat.
Kortom, de pastoor geeft niet alleen leiding aan de parochie. Hij doet dit in samenspraak en in samenwerking met andere pastores, pastoraal werk(st)-ers, vrijwilligers en parochianen (c. 519). De verantwoording voor de parochiële pastorale zorg dient de pastoor met ander gelovigen te delen, zowel wat betreft de vaststelling van het parochiële beleid als wat betreft de uitvoering daarvan.